Stichting LeerKRACHT

Stichting LeerKRACHT

Elke dag samen een beetje beter

leerKRACHT-aanpak

Op SBO Het Avontuur werken wij met de leerKRACHT-aanpak.

Onderzoek na onderzoek laat zien wat het verschil maakt in de kwaliteit van het onderwijs: schoolleiders en leraren die samen het onderwijs verbeteren. Zij bereiken meer met hun leerlingen.

Een verbetercultuur maakt dat je elke dag bezig bent met kwaliteitsverbetering en dus samen aan nóg beter onderwijs werkt. leerKRACHT creëert zo’n verbetercultuur op scholen

Hoe ziet zo'n cultuur eruit? 

Drie randvoorwaarden

Aan de basis staan drie randvoorwaarden (ambitie, ritmiek en retrospective) die, samen met de vier leerKRACHT-instrumenten, de kern van leerKRACHT vormen:
  • Ambitie. Aan het begin van het schooljaar herijken wij als schoolteam onze ambitie en bepalen we aan welke onderwijsinhoudelijke thema’s we dit jaar willen werken. Deze thema’s zetten we op een jaarbord, verdeeld over verschillende periodes. Ter voorbereiding op deze verbeterthema start er een kleine groep (drie of vier personen), die de situatie in kaart brengt en op zoek gaat naar relevante bronnen. Dit groepje deelt deze kennis bij de start van het verbeterthema. Leraren gebruiken dit ter inspiratie voor de doelen en acties, waar ze aan werken.
  • Ritmiek. Vervolgens gaan we in (kleinere) teams met deze thema’s aan de slag. Dat doen we in periodes van 6 tot 8 weken. Elke periode starten we met het omzetten van een thema in een concreet en haalbaar doel waar we wekelijks aan werken.
  • Retrospective. Aan het einde van elke periode kijken we als team terug naar ons doel en de onderlinge samenwerking. De werkvorm die we hiervoor gebruiken heet ‘retrospective’ en leidt tot acties voor de volgende periode.
Vier instrumenten 

Om in een periode onze onderwijsdoelen te realiseren werken we als team aan de lespraktijk met de vier leerKRACHT-instrumenten. Deze instrumenten zijn:

De bord- en werksessie. De bordsessie is een wekelijkse, korte sessie, waarin we met elkaar de voortgang bespreken op onze doelen voor deze periode. Aansluitend gaan we in een werksessie met de bijbehorende acties aan de slag.

Gezamenlijk lesontwerp. De doelen die we met het team stellen vertalen we in tweetallen naar de dagelijkse lespraktijk. Daarbij gebruiken wij elkaars kennis en kijken we samen welke handvatten onderwijsonderzoek biedt.

Lesbezoek en feedback. Of een verbeterd lesontwerp werkt, blijkt pas in de praktijk. Daarom observeren elkaars lessen. Doel van de observatie is te zien en te horen wat het effect van de les op leerlingen is.

De stem van de leerling. De leerling is de grootste inspiratiebron voor nieuwe doelen en acties. Zij kunnen bij uitstek feedback geven over het onderwijs en werken zo mee aan verbetering. Regelmatig vragen wij hen om feedback op de lessen en op de school als organisatie.